“Het cruciale belang van kennis in regionale ontwikkeling”

Verslag Bijeenkomst PLeK ‘Elke regio vertelt (II)

Op 20 november 2023 werd de tweede bijeenkomst gehouden van Elke regio vertelt’ bij LEF in Utrecht. De dag stond in het teken van uitgebreide discussies, het delen van ervaringen en samenwerking. 

Opening door Rien Fraanje (IPO) 

Rien FraanjeIn zijn openingswoord benadrukte Rien Fraanje, directeur van het Interprovinciaal Overleg (IPO) en lid van de stuurgroep van PLeK, het cruciale belang van kennis in regionale ontwikkeling. Hij pleitte voor de decentralisatie van kennis, waarbij hij de nadruk legde op het belang van het verspreiden van kennis over verschillende regionale en nationale domeinen. Fraanje haalde het Veluwe beraad aan als een voorloper van Platform PLeK, een initiatief dat essentieel is geweest in het vormgeven van de huidige aanpak in kennisdeling. 

Hij wees op een belangrijke uitdaging: de beweging in uitvoering en taken is merkbaar, maar kennis blijft vaak achter. Er is een gebrek aan verbinding tussen nationale kennisstructuren en regionale initiatieven. Fraanje benadrukte dat dit geen top-down aangelegenheid is, maar een proces dat van onderaf moet worden opgebouwd en gevoed. 

Fraanje noemde ‘stralend falen’ als een belangrijk aspect van dit proces. Deze benadering legt de nadruk op het leren van fouten en het delen van deze inzichten om de algehele kennisbasis te versterken. 

PLeK, als een vervolgstap van het Veluwe beraad, is niet gericht op het bouwen van iets nieuws, maar eerder op het verbinden van bestaande kennis en structuren. Fraanje benadrukte de noodzaak van kleur bekennen in deze fase, erkennend dat we ons in een cruciaal moment bevinden waarin belangrijke keuzes gemaakt moeten worden. Hij sloot af met een oproep om deze inzichten en kennis door te geven binnen de eigen organisaties, en zo bij te dragen aan een meer geïntegreerde en effectieve benadering van regionale ontwikkeling.  

Reflectie op de stand van zaken bij PLeK 

Na de pauze werd de stand van zaken bij PLeK besproken, met aandacht voor de lopende pilots in Twente en Noord-Flevoland en de ontwikkeling van de gezamenlijke kennis- en leeragenda. Er werd gesproken over de potentie van PLeK en de uitdagingen bij het aantonen van de waarde in euro’s. 

De sessie sloot af met een discussie over de toekomst van PLeK, waarbij de deelnemers hun zorgen en waarden deelden. Er werd gesproken over het vertalen van regionale kennis voor nationale actoren, het belang van complexiteit in de benadering van gebiedsontwikkeling, en de uitdagingen van het verbinden van kennis met mensen. 

Het belang van praktische toepasbaarheid en lokale impact 

Een belangrijk discussiepunt was de noodzaak om kennis en leren niet alleen te verzamelen, maar ook praktisch toepasbaar te maken op lokaal en regionaal niveau. De deelnemers benadrukten het belang van het afstemmen van kennis op de specifieke behoeften en uitdagingen van individuele gebieden. Dit vereist een diepgaand begrip van de lokale context en de flexibiliteit om kennis aan te passen aan diverse lokale omstandigheden. Het concept van ‘levend kennisecosysteem’ werd geïntroduceerd als een manier om kennis dynamisch en relevant te houden. 

De uitdagingen van kennisintegratie en samenwerking 

Een terugkerend thema was de uitdaging van het integreren van verschillende soorten kennis – van wetenschappelijk onderzoek tot ervaringskennis. De deelnemers bespraken hoe kennisnetwerken kunnen worden opgezet en onderhouden om een effectieve uitwisseling van ideeën en informatie tussen verschillende stakeholders te garanderen. Er werd aandacht besteed aan het belang van het overbruggen van de kloof tussen theorie en praktijk en het belang van het betrekken van burgers en lokale gemeenschappen bij het vormgeven van gebiedsontwikkeling.  

Reflectie op het grotere plaatje: nationale en regionale synergiën 

Ten slotte werd er gesproken over het belang van het creëren van synergiën tussen regionale initiatieven en nationale programma’s. De deelnemers erkenden de noodzaak om een gezamenlijke visie te ontwikkelen die zowel de lokale behoeften als de nationale doelstellingen omvat. Dit vereist een gecoördineerde aanpak en een open dialoog tussen regionale en nationale actoren. De discussie benadrukte het potentieel van PLeK als een platform dat deze synergiën kan faciliteren en versterken, met als doel een meer geïntegreerde en effectieve aanpak van gebiedsontwikkeling. 

Afsluitende gedachten 

De LEF-sessie van Platform PLeK was een dag van diepgaande gesprekken, persoonlijke verhalen en inzichtelijke discussies. De deelnemers verlieten de sessie met nieuwe perspectieven, een beter begrip van de complexiteit van gebiedsontwikkeling en een hernieuwde toewijding aan de missie van PLeK. Het evenement benadrukte het belang van samenwerking, het delen van kennis, en het leren van elkaar. 

Inschrijven voor de bijeenkomst op 8 februari kan hier.

Is het huidige regionale kennislandschap klaar voor verandering?

Draagvlak voor PLeK? Jordy Broekmeulen weegt de kansen en uitdagingen 

Jordy Broekmeulen, adviseur bij het Interprovinciaal Overleg (IPO), onderzocht de rol en werking van regionale kennisinstellingen in verschillende regio’s. Hiervoor heeft hij vijf regionale kennisinstellingen gesproken die een ‘regionale kennisfunctie’ invullen of een soort ‘regionaal kennispunt’ zijn. Hoe gaan ze te werk, wat is hun visie op de regionale kennisinfrastructuur en welke rol kan PLeK spelen om die visie te realiseren? 

Jordy Broekmeulen

De belangrijkste conclusies volgens Jordy: “Zo veel organisaties, zo veel wensen. Er zijn veel (publieke) organisaties, netwerken en platforms die iets met kennis doen of willen doen. Daarbij is nog veel winst te halen door de krachten te bundelen en bijvoorbeeld samen leer- en onderzoeksagenda’s te maken en langjarig te programmeren.’’ Een uitdaging daarbij is de verscheidenheid aan organisatievormen, aldus Jordy. ‘’Sommige organisaties zijn volledig gefinancierd door de provincie, terwijl andere als zelfstandige stichtingen functioneren en ook commerciële opdrachten aannemen. Het mooie van deze vorm is dat ze flexibel zijn en verder kunnen kijken dan een ingekaderde jaarplanning. Ieder organisatie heeft ook een eigen historie en ontstaansgeschiedenis, wat vaak samenhangt met de wensen en cultuur van de regio.” 

Is er voldoende aansluiting bij nationale kennisinstellingen en netwerken? “Het kan altijd beter,” zegt Jordy. “De regionale kennisecosystemen hebben hun eigen dynamiek en werken regionaal én landelijk met elkaar samen. Het Nationaal Netwerk Brede Welvaart, een initiatief van meerdere regionale kennisinstellingen, is daar een mooi voorbeeld van. Dit helpt ook om landelijke partijen in de samenwerking te betrekken.” 

Is er ruimte voor verbetering of vernieuwing? “Ja, en hier komt PLeK in beeld. De bureaus zien veel mogelijkheden voor PLeK om iets toe te voegen aan het kennisecosysteem. De bureaus noemen onder andere het in kaart brengen van kennisnetwerken en initiatieven, het invullen van kennishiaten en het faciliteren van samenwerking tussen verschillende kennisvragers en kennisinstellingen.” 

Meer weten over het onderzoek van Jordy of het onderzoeksrapport downloaden? Maak een account aan op ons Platform via deze link.

Verbinding in kennis

De kracht van regionale uitwisseling

Samen werken aan regionale thema'sOp 25 september gingen sleutelpersonen vanuit diverse kennisnetwerken door heel Nederland in gesprek over de potentie van regionale kennisdeling. Platform PLeK streeft ernaar kennis te bundelen en te zorgen dat regionale spelers effectief van elkaar kunnen leren (klik hier voor een beeldverhaal). Voor de aanwezigen: wat een vonk van energie en passie! Voor degenen die het hebben gemist: je hebt een cruciaal gesprek gemist, maar hier is je kans om weer in te stappen.

 

We doken diep in de uitdagingen rond regionale kennisuitwisseling. Enkele prikkelende punten die naar voren kwamen:

  • Lokale inzichten vs. grote strategieën: Hoe kunnen we de stem van lokale gemeenschappen koppelen aan de grootse langetermijnvisies van bestuurders?
  • Vertrouwenskloof: hoe bouwen en onderhouden we het vertrouwen dat nodig is voor effectieve kennisdeling?
  • Actiegerichte Kennis: kennisdeling is geen academische oefening. Hoe vertalen we wat we weten naar concrete, tastbare acties op de grond?

De uitwisseling benadrukte het belang van vertrouwen, open communicatiekanalen en de noodzaak van een gemeenschappelijke taal. Boeiende inzichten kwamen naar voren, zoals het cruciale onderscheid tussen ‘loss aversion’ en echte innovatie, de noodzaak om heldere communicatiekanalen met stakeholders zoals boeren te hebben, en het belang van ‘stralend falen’ – waarbij missers openlijk worden besproken en als leermomenten worden omarmd. We hebben een start gemaakt met een gezamenlijke agenda.

Geïntrigeerd? Deze gesprekken zijn het begin van een beweging  ter versterking van de regionale kennisinfrastructuur.

Elke regio vertelt...Voel jij ook de noodzaak om deze beweging te versterken en een bijdrage te leveren?  Meld je dan aan op onze community Platform PLeK. Het uitgebreide verslag van deze bijeenkomst vind je hier.

De volgende bijeenkomst vindt plaats op 20 november 12.00-17.00 uur, wederom in centrum LEF van RWS, in Utrecht.

We gaan dan verder met onderlinge kennisdeling en de vertaling naar strategieën en acties voor een sterke regionale kennis- en leerinfrastructuur.

Vernieuwing in de diepte

De cruciale rol van regionale kennisnetwerken bodem en ondergrond

Een interview met Diana van Dorresteijn, programmamanager Regionale Schakelpunten Bodem en Ondergrond bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Diana Dorresteijn

Hoe komen we tot een toekomstbestendig Nederland waarmee mensen zich kunnen identificeren en waarin mensen zich thuis voelen? Er zijn veel grote en urgente opgaven die strijden om de beperkte ruimte in ons land. De uitgangspunten van de ene opgave kan de haalbaarheid of de uitvoerbaarheid van een andere opgave onder druk zetten.  

Het is de kunst om tegemoet te komen aan zoveel mogelijk ruimtevraagstukken. Denk daarbij niet alleen aan ruimte in de lucht of in het landschap, maar ook aan ruimte in bodem en ondergrond. Diana van Dorresteijn, programmamanager Regionale Schakelpunten Bodem en Ondergrond bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, benadrukt daarbij de noodzaak van gecoördineerde kennisuitwisseling. 

Eerste ervaringen en de waarde van regionale aanpak 

Recente pilots op het gebied van regionale kennisschakels voor bodem en ondergrond tonen aan dat gemeenten een cruciale rol spelen in de ondergrondse ontwikkelingen. Dit vereist echter significante investeringen in kennis en uitvoeringskracht zoals blijkt uit de eindrapportage. 

De eerste ervaringen van de regionale kennisschakels zijn hoopvol en positief. Diana licht toe: “Het programma laat veelbelovende resultaten zien, maar er is meer nodig. Data over bodem en ondergrond is bijvoorbeeld versnipperd, sectoraal en niet digitaal. Voor effectieve besluitvorming op het onderwerp bodem en ondergrond zijn goede en complete data essentieel”.  

Diana benadrukt het belang van op maat gemaakte plannen, gezien de uniciteit van elke regio. “Elk kennisnetwerk heeft een plan van aanpak ontwikkeld. Dat helpt bij het opzetten van een structurele, erkende regionale aanwezigheid.”  

Het belang van menselijke en financiële investeringen 

De huidige financiële beperkingen, vooral door eerdere bezuinigingen, en de groeiende complexiteit van de maatschappelijke opgaven brengen uitdagingen met zich mee. Dit betekent dat er dringend een inhaalslag moet worden gemaakt, met name in menskracht, het aantrekken van jonge professionals en financiële middelen zoals voor data-gedreven werkwijzen. 

“Wat we zien,” zegt Diana, “is een groeiende behoefte aan ondergrondse ruimte voor uiteenlopende doeleinden zoals energieopslag, waterbeheer, datatransport en meer. Daarbij wordt de kwaliteit van de bodem ook beïnvloed. Er is een behoefte aan een geïntegreerde aanpak om deze uitdagingen aan te gaan.” 

Ze vervolgt: “Gemeenten, provincies en waterschappen hebben behoefte aan inhoudelijke verdieping en bredere inzet van regionale pilots. Dit moet uiteindelijk leiden tot een goed werkende kennisinfrastructuur, waarin vragen vanuit de praktijk hun weg vinden naar kennisinstituten en waar internationaal, landelijk én lokaal ontwikkelde kennis breed wordt benut in de praktijk. Dit sluit aan bij de ontwikkeling van het interbestuurlijke platform PLeK, waar meerdere regionale kennis- en leernetwerken in de leefomgeving met elkaar verbonden worden.  

Diana kijkt hoopvol naar de toekomst, ondanks de uitdagingen: “We streven naar robuuste regionaal kennisnetwerken bodem en ondergrond. Daarbij is nauwe samenwerking tussen provincies, gemeenten en andere relevante organisaties essentieel. Het doel is kennis over bodem en ondergrond te delen en samen te werken aan maatschappelijke vraagstukken. Regionale opgaven vragen om regionale uitvoeringskracht, maar ook om regionale en lokale kennis en kunde.” 

Conclusie  

Zonder data, informatie, kennis en visualisaties is het lastig beleid te maken en oplossingen te bedenken. Zeker in een speelveld waarin ruimtelijke keuzes met elkaar concurreren is feitelijke informatie en kennis nodig om scenario’s te kunnen bouwen en keuzes te kunnen maken. Een gecoördineerde, kennis-gedreven aanpak is essentieel om deze uitdagingen effectief aan te gaan. Daarbij moeten we zorgen voor voldoende menselijke en financiële middelen. Het is tijd voor actie: laten we samen investeren in kennis, in toekomstige generaties en in de duurzame ontwikkeling van onze waardevolle ondergrondse ruimte.  

Twente in transitie: gezamenlijke kansen door kennisdeling

Deelnemers aan de bijeenkomst

Op 18 september kwamen verschillende belangrijke stakeholders, waaronder Provincie Overijssel, Gemeente Enschede en ministeries, in de gasfabriek in Deventer samen om de regionale opgaven en uitdagingen van Twente te bespreken.

De Twentse Opgaven
Twente heeft te maken met diverse uitdagingen, zowel op het gebied van natuur als op sociaal-economisch vlak. Een prominente kwestie is de wateropgave, die invloed heeft op bodemkwaliteit, droogte en landbouw. De landbouwtransitie, die niet alleen technische maar ook sociale en culturele implicaties heeft, wordt gezien als een essentiële taak. Hierin spelen zaken zoals veranderende landschappen, nieuwe wetgeving en de verhouding tussen landbouw en natuur. Tevens is de samenwerking tussen gemeenten een aandachtspunt, vooral gegeven de ervaringen met Regionale Energie Strategieën (RESsen) en de groeiende argwaan van lokale ondernemers jegens de overheid.

Ideeën voor een Regionale Kennishub

Tijdens de bijeenkomst werden twee centrale kansen geïdentificeerd:

Aan de slag
  • Intersectorale Synergie: Er liggen kansen in het demonstreren hoe verschillende sectoren elkaar kunnen versterken. Een voorbeeld hiervan is de mogelijke aanlevering van biobased materialen door de landbouw aan de bouw en industrie. Ook wordt gekeken naar hoe circulaire economie en kringlooplandbouw met elkaar kunnen worden verbonden, met daarbij aandacht voor nieuwe verdienmodellen.
  • Betrekken van Praktijkkennis: Naast de reguliere onderzoekskennis, kan Twente profiteren van de unieke praktijkkennis die in de regio aanwezig is. Dit kan onderzocht worden aan de hand van concrete casussen zoals Markelo Noord en Broekheurne.

Stappenplan naar een Kennishub

  1. Om de visie van een regionale kennishub te verwezenlijken, werd een duidelijk stappenplan voorgesteld:
  2. Starten met concrete casussen zoals Markelo Noord.
  3. Analyseer deze casussen op basis van vragen zoals: “Hoe kunnen sectoren samen nieuwe waarde creëren?” en “Hoe wordt praktijkkennis benut bij gebiedsontwikkeling?”.
  4. Inventariseer de kennis- en leerbehoeften van de betrokken actoren.
  5. Evalueer de huidige processen en het bestaande kennisecosysteem in de regio.
  6. Ontwikkel een stappenplan voor de verdere opzet van een regionale kennishub. Hierbij hoort de vraag hoe men een groot aantal initiatieven kan organiseren en faciliteren.
  7. Bepaal wat dit vraagt van alle betrokken partijen en identificeer noodzakelijke veranderingen.

De transitie die Twente doormaakt vereist een verandering in perspectief en een verenigde aanpak. De oprichting van een regionale kennishub kan hierin een cruciale rol spelen, waarbij kennisdeling en samenwerking centraal staan.

Het hele verslag kun je hier lezen.

Brede Welvaart – Communities of Practice van Start

In het Nationaal Netwerk Brede Welvaart (NNBW) is een kennis- en leerprogramma gestart rondom 5 Communities of Practice (COP). In elk van de COP’s staat een deelonderwerp van brede welvaart centraal, zoals bijvoorbeeld: Basis voor Gebiedsgericht Werken, Lerend en Adaptief Beleid. De communities bestaan elk uit circa 15 deelnemers. Naast die communities is er voorzien in open bijeenkomsten, bijvoorbeeld in de vorm van een tweedaags congres in september in Leeuwarden, maar ook kortere seminars waar een te bepalen vraagstuk centraal kan staan. Het programma loopt tot eind 2024 en moet resulteren in kennisuitwisseling via de website en een boek Brede Welvaart en Beleid waarin de geleerde lessen worden gedeeld.

Check voor meer informatie de website www.netwerkbredewelvaart.nl.